De hemelvaart van Jezus volgens Het aquarius evangelie, hoofdstuk 180

De elf apostelen van de Heer waren in Jeruzalem aanwezig in een ruime gelegenheid, die zij op bevel van de Heer hadden gekozen. En terwijl zij in gebed waren, verscheen hun de Heer en zei: ‘Vrede met u allen; al het goede aan alles wat leeft. En toen sprak hij een lange tijd met hen.

En de discipelen vroegen: zult Gij het koninkrijk van Israël nu herstellen? En Jezus zei: bekommer u niet over de regeringen van mensen; de meesters zullen besturen. Doe dat wat u is opgedragen, en wacht en murmureer niet. Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde, en nu vraag ik u om tot de gehele wereld te gaan en het evangelie van de Christus te prediken, de eenheid van God en mens, de opstanding van de doden en het eeuwige leven.

En als gij gaat en predikt, doopt de mensen in de naam van Christus. Zij die geloven en gedoopt zijn, zullen oprijzen in het nieuwe levensveld van Christus, en zij die niet geloven zullen niet in het nieuwe levensveld van Christus oprijzen. En gij zult aan de mensen de macht geven, die ik u geef.

Zij die geloven en gedoopt zijn, zullen de zieken genezen; zullen de blinden doen zien, de doven doen horen, de lammen doen gaan. Zij zullen de onreine geesten uit de bezetenen werpen; zullen over dodelijke slangen gaan en niet gedeerd worden; zij zullen door de vlammen gaan en niet verbranden; en als zij een giftige drank drinken, zullen zij niet sterven.

Gij kent het heilige woord, dat het woord van macht is. De geheime dingen die ik u meegedeeld heb, en die nu niet aan de wereld bekend gemaakt mogen worden, zult gij bekend maken aan betrouwbare mensen, die ze weer op hun beurt aan andere betrouwbare mensen zullen openbaren. Totdat de tijd gekomen zal zijn, dat de gehele wereld de woorden van waarheid en macht mag horen en verstaan.

En ik zal nu opstijgen tot God, zoals gij en de gehele wereld tot God zult opgaan. Voorwaar, op de dag van het Pinksterfeest, zult gij allen begiftigd worden met de kracht van omhoog. Maar tot op die dag zult gij hier blijven in geheiligd denken en gebed. Toen ging Jezus naar de Olijfberg en zijn discipelen volgden hem, en niet ver van Bethanië verwijderd, ontmoette hij de Maria’s en Salomé; ontmoette hij Martha, Ruth en Mirjam; Lazarus en vele anderen die vanuit Galilea gekomen waren.

En Jezus stond alleen en zijn handen opheffende zei hij: De zegeningen van de heiligen, van de almachtige God, en van de heilige adem, van Christus, de geopenbaarde liefde Gods, zal altijd op u rusten, tot gij zult opstijgen en met mij op de troon van de macht gezeten zult zijn. En toen zagen zij hem op wolken van licht opstijgen; een krans van licht omcirkelde hem, en toen zagen zij zijn gestalte niet meer.

Maar toen zij naar de hemel staarden, verschenen hun twee mannen, in witte kleren, die zeiden: Gij mensen van Galilea, wat staart ge zo met spanning naar uw opgevaren Heer? Zie, hij zal vanuit de hemel neerdalen, zoals gij hem naar de hemel hebt zien opvaren. Toen keerden de elf discipelen en Lazarus en de andere mensen uit Galilea, tezamen met de vele vrome vrouwen, terug naar Jeruzalem en bleven daar. En zij waren voortdurend in geheiligd denken en gebed bijeen. Zij wachten op de heilige adem en op de komst van de beloofde macht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *