Geest en Heilige Geest, gedeelte uit ‘Het zegel der vernieuwing’ van Cathatrose de Petri

In het eerste hoofdstuk van Het evangelie van Johannes (1: 32-34) lezen we:

‘En Johannes getuigde en zei: ik heb aanschouwd dat de Geest neerkwam als een duif uit de hemel en hij bleef op hem. Ik kende hem niet, maar hij die mij gezonden had om te dopen, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet neerdalen en op hem blijven, deze is het die met de Heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd , dat deze de zoon van God is.’

U bemerkt dat in dit woord van Johannes een onderscheid wordt gemaakt tussen Geest en Heilige Geest, wanneer zij op een mens neerdalen en op hem kan blijven. Dit is een uiterst leerzaam en merkwaardig evangelisch feit, dat de moderne Universele Leer volkomen onderschrijft.

De Geest is het wezen van de Gnosis, de essentie van het Onbeweeglijk Koninkrijk, de krachtstof van het Nieuwe Leven. Er is een wijde kloof, geschapen door puurheid en oneindig vibratieverschil tussen die goddelijke Geest en het levensbeginsel waaruit wij als dialectische mens leven.

Nu kan de essentie van het Oorspronkelijke Leven zich aan een mens meedelen, wanneer deze mens innerlijk, fundamenteel en structureel de weg daartoe in zijn microkosmos vrijmaakt met het volkomen gerichte en al het andere buitensluitende doel: de mensheid te  dienen in gnosis-dienst, geheel en volkomen. Dan valt de Geest op een mens en deze Geest wordt dan Heilige Geest, Heilige Genezende Kracht.

U weet wat wij bedoelen met zelfovergave van het ‘ik’. Wanneer bij die zelfovergave, ook al is het maar een spoortje van blijdschap en verheugenis zou zijn van: nu ga ‘ik’ uit de poel van de tranen naar een Eeuwig Vaderland, dan zou de Geest zich niet direct aan ons kunnen meedelen. Dit zou zijn een toestand van zeer verfijnde ik-centraliteit, en dus zou dit een gebondenheid betekenen.

Neen, de Geest van het Godsrijk kan zich alleen meedelen, wanneer wij de zelfovergave  openbaren in volkomen mensendienst. En ook daarin mag geen spoor van zelfgenoegzaamheid zijn.

Het ‘ik’ mag ook niet in het dienen bestaan! Een toestand, vrij van zelfgenoegzaamheid, maar ook een immuniteit voor het lijden dat daarvan het gevolg is. Dan zal Geest, Heilige Geest worden en zijn! De Heiligende Geest zal blijvend op de leerling zijn! En deze Geest zal dan een volstrekt genezende Geest zijn!

Bron: Het zegel der vernieuwing van Catharose de Petri

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *