Nieuw boek ‘Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood’ verwijst naar Spirituele Pasen en het opstandingslichaam

In het nieuwe boek Mysteriën en uitdagingen van geboorte, leven en dood – een nieuwe mens worden wordt meerdere malen verwezen naar de opstanding van de innerlijke mens en het opstandingslichaam. Het boek Spirituele Pasen en Pinksteren is dan ook in de lijst met literatuurverwijzingen opgenomen. Hieronder volgt een gedeelte uit hoofdstuk 8 met de titel ‘Het opstandingslichaam verwerven’.

Het scheuren van het voorhangsel in de tempel op het moment van het sterven van Jezus is symbool voor het gegeven dat de mens voortaan zonder directe begeleiding van priesters de mysterieweg in zelfautoriteit kan gaan, de weg van het kruis naar het eeuwig thuis.

En hoe zit het dan met de opstanding van Jezus? Zijn geestelijke opstandingslichaam was al ruim voor zijn kruisdood gereed gekomen, in overeenstemming met een opmerking in paragraaf 17 van het ‘Evangelie van Filippus’:  ‘Zij die zeggen: “De heer is eerst gestorven en toen opgestaan”, die dwalen. Want hij is eerst opgestaan en toen gestorven.’

Jezus had de dood al lang overwonnen voordat hij op een vernederende wijze ter dood werd gebracht. Sterker nog: de Christusgeest had zich met hem verbonden bij zijn doop in de Jordaan. Max Heindel schrijft dat de gewelddadige dood van Jezus, waarbij veel bloed vloeide, noodzakelijk was omdat het de Christusgeest in staat stelde zich snel uit het lichaam van Jezus terug te trekken, zonder ook maar iets van de onreinheden die aan dat zuiver menselijk voertuig kleefden te behouden.

De meeste bijbelhistorici zijn het erover eens dat de kruisdood van Jezus heeft plaatsgevonden. Over de opstanding zijn de meningen verdeeld. Begrijpelijk, want er zijn geen overtuigende his-
torische bewijzen dat een dood lichaam ooit weer levend werd. In het vroegste christendom wordt het beeld van de kruisiging vaak vergeestelijkt. Zo heeft Paulus het over de kruisiging van de oude mens, waardoor de nieuwe mens tot opstanding kan komen. Hij schrijft bijvoorbeeld: ‘Wie van Christus zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.’ (Galaten 5:24)

En hoe kunnen we de verschijningen van de opgestane Jezus, waarover de heilige geschriften spreken, dan zien? Weinig tot niets wijst erop dat in het vroegste christendom de opstanding
van Jezus als een lichamelijke opstanding beleden werd. Paulus noemt een aantal apostelen aan wie de verrezen Christus verschenen is en schaart zichzelf als laatste in de rij (1 Korinthe 15:8). Zijn beschrijvingen van de ontmoeting met Christus laten weinig ruimte voor de opvatting van een lichamelijke ontmoeting met de opgestane Jezus.

Kerkvaders in de tweede en derde eeuw gaven nog wel ruimte aan een geloof in een gematerialiseerde gestalte van Jezus, waarbij zijn opstandingslichaam zich verdichtte tot de vorm van zijn fysieke lichaam voor zijn dood en hij zich lijfelijk kon manifesteren aan zijn discipelen. Een opstanding in ‘het oude vlees’ vonden ze een onzinnige gedachte.

Uit historisch onderzoek blijkt dat de leerstelling van het zoenoffer, waarop het uiterlijke christendom zich grotendeels baseert, niet terug te voeren is op de leringen van Jezus en het
vroegste christendom. Dit dogma, dat leert dat Jezus door zijn kruisdood alle schulden van de mensheid op zich heeft genomen en dat ieder mens die dat gelooft, behouden blijft, is zeker waardevol geweest in de geschiedenis, maar kan nu een belemmering zijn voor verdere ontwikkeling van de mensheid.

Gelukkig bestaat er wel zoiets als vergeving van schulden. Jacob Boehme schrijft daarover: ‘Het komt niet slechts op het vergeven aan maar op het geboren worden. Dat is ook vergeven; de zonde is dan als een huls: de nieuwe mens groeit en werpt de huls weg. Dat is Gods vergeving.’ Dit doet denken aan de vlinder die uit de cocon kruipt en dan de vrijheid tegemoet gaat.

BESTEL MYSTERIËN VAN GEBOORTE, LEVEN EN DOOD

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *