Tagarchief: kruis

Het Kruis van Licht, inleiding van Daniël van Egmond in het boek Spirituele Pasen en Pinksteren

 

kruis van lichtHet Paasfeest behoort eigenlijk gevierd te worden gedurende de lente-equinox. Tussen 21 en 23 maart is het licht van de dag precies in evenwicht met de duisternis van de nacht. Maar omdat wij de dag van dit feest volgens de maankalender van de joodse traditie bepalen – de eerste zondag op of na de equinox waarop het volle maan is – wordt Pasen vaak vele dagen na de equinox gevierd. Desondanks is de spirituele betekenis ervan nauw Lees verder

De koninklijke weg van het heilig kruis, tekst van Thomas a Kempis uit De navolging van Christus, Imitatio Christ, moderne devotie

 

  1. Velen vinden dit woord harde taal: verloochen uzelf, neem uw kruis op en volg Jezus (Mt 16:24; Lc. 9:23)
  2. Maar veel harder zal het zijn eesn dit verschrikkelijk woord te horen: ‘Gaat weg van mij, vervloekten, het eeuwig vuur in’ (Mt. 25:41).
  3. Wie immers nu graag willen luisteren naar het woord van het kruis en dat volgen, behoeven dan niet
  4. bang te zijn dat zij het woord van de eeuwige verwerping zullen horen.
  5. Dit teken van het kruis zal aan de hemel staan, als de Heer komt om zijn oordeel uit te spreken.
  6. Dan zullen alle dienaars van het kruis die zich in dit leven aan de Gekruisigde gelijkvormig hebben gemaakt, met groot vertrouwen naar de rechter Christus gaan.
  7. Wat aarzelt gij dan het kruis op te nemen waardoor men intreedt in het rijk?
  8. In het kruis is heil, in het kruis is leven, in het kruis bescherming tegen de vijand; in het kruis stroomt u de hemelse zoetheid toe, in het kruis ligt de kracht van de geest, in het kruis de blijdschap van het hart; in het kruis de hoogste deugd, in het kruis het eindpunt van heiligheid.
  9. Er is geen heil voor de mens en geen hoop op eeuwig leven behalve in het kruis.
  10. Neem dus uw kruis op en volg Jezus en gij zult het eeuwig leven binnengaan.
  11. Hij is ons voorgegaan, zwaar beladen met zijn eigenkruis (Joh. 19:17), en hij is op dat kruis voor ons gestorven; Hij wilde dat ook gij uw kruis zoudt willen dragen en verlangen daaraan te mogen sterven.
  12. Want als gij nu met hem gestorven zijt, zult ge ook met Hem leven, en als deelgenoot in zijn schande zult gij eenmaal ook delen in zijn heerlijkheid.
  13. Zie, in het kruis vindt alles zijn grondslag en in het sterven is alles gelegen; er is geen andere weg tot het leven en de ware innerlijke vrede, behalve de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse versterving.
  14. Ga waar ge wilt, zoek wat ge maar wenst, maar gij zult in de hoogte geen verhevener weg, in de diepte geen veiliger weg vinden; alleen de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse verloochening.
  15. Schik alles volgens uw eigen wil en eigen idee, en gij zult alleen dit vinden dat gij altijd iets moet lijden, vrijwillig of tegen uw zin, en zo zult gij het kruis altijd ontmoeten.
  16. Want ofwel zult gij pijn voelen in uw lichaam of inwendig kwelling naar de geest verduren.
  17. Soms zal god u verlaten, dan weer zullen de mensen u ergeren en wat nog meer is: dikwijls zult gij uzelf tot last zijn
  18. Toch is er geen enkel middel, geen troost die u bevrijding of verlichting zal geven, maar zolang god het wil zult gij het moeten verdragen.
  19. God wil immers dat gij ellende zonder troost leert ondergaan en u aldus volkomen aan hem onderwerpt om nederiger te worden door wat gij lijdt.
  20. Niemand voelt zo hartelijk het lijden van Jezus mee als hij die het overkwam iets dergelijks te ondergaan.
  21. En zo staat het kuis altijd voor u klaar en wacht u overal op.
  22. Gij kunt het niet ontvluchten, waar gij ook heen snelt; want waar gij ook terechtkomt, gij neemt altijd uzelf mee en zult uzelf altijd vinden.
  23. Wend u naar boven, wend u naar beneden; wend u naar buiten of wend u naar binnen: bij dit alles zult gij het kruis aantreffen, en het is nodig dat gij altijd het geduld bewaart, als gij de innerlijke vrede wilt bezitten en de eeuwige kroon verdienen.
  24. Als gij het kruis van harte draagt, zal het kruis u dragen en u voeren naar het gewenste doel, waar namelijk alle lijden ophoudt, al zal dat niet hier op aarde zijn.
  25. Draagt gij het onwillig, dan legt gij uzelf een last op en maakt gij het voor uzelf zwaarder en toch zult gij het moeten uithouden.
  26. Wanneer gij één kruis afwerpt vindt gij zonder twijfel een tweede en misschien een zwaarder.
  27. Meent gij te kunnen ontlopen wat geen sterveling ooit kon ontgaan? Wie van de heiligen is in de wereld zonder kruis of kwelling gebleven?
  28. Zelfs onze Heer Jezus Christus was immers niet één uur zonder de smart van zijn lijden zolang Hij leefde. ‘De Christus moest lijden,‘ zo zei Hij, ‘en zo zijn eerlijkheid binnengaan (Lc.24:26,46).
  29. En waarom zoekt gij dan een andere weg dan deze koninklijke weg die de weg is van het heilig kruis?
  30. Heel het leven van Christus was kruis en martelaarschap en gij zoekt voor uzelf rust en vreugde?
  31. Gij dwaalt, gij dwaalt als gij iets anders zoekt dan kwellingen te verduren, want dit hele leven is vol van ellende en rondom getekend door allerlei kruisen.
  32. En hoe hoger iemand in het geestelijk leven opgaat, des te zwaardere kruisen komt hij vaak tegen; want het verdriet om de ballingschap neemt altijd met de liefde toe.
  33. Maar iemand zo herhaaldelijk getroffen, is toch niet geheel zonder troost en verkwikking: want hij ervaart dat de zegen in hoge mate toeneemt door het goed dragen van zijn kruis.
  34.  Want nu hij zich daaraan onderwerpt met vrije wil, wordt alle last van kwelling omgevormd in vertrouwen op de troost van God.
  35. Hoe meer het lichaam door kwelling wordt gebroken, des te moediger wordt de geest uit kracht van de innerlijke genade.
  36. Zo iemand gelooft dat hij God aangenamer is naarmate hij meer en zwaarder voor Hem heeft mogen lijden. Soms wil hij niet meer zonder smart of kwelling zijn, zozeer is hij door liefde voor druk en tegenwerking sterk geworden, omdat hij de gelijkvormigheid met Jezus‘ kruis bemint.
  37. Dat kan geen mens uit eigen kracht, wel door de genade van Christus, die zoveel in een zwakke mens tot stand kan brengen dat hij nu met vurige liefde wil wat hij eigenlijk haat en vlucht.
  38. Het is de mens van de natuur niet eigen het kruis te dragen, het lichaam te beheersen en in onderwerping dienstbaar te maken; zich van eerbewijzen af te keren, graag beledigingen te verduren, zichzelf gering te achten en graag gering geacht te worden, allerlei desillusie en daarmee verbonden schade te doorstaan en geen verlangen te hebben naar succes in deze wereld.
  39. Als gij alleen naar uzelf ziet, zult gij daartoe volstrekt niet in staat zijn.
  40.  Maar als gij op de Heer vertrouwt, zal u kracht uit de hemel worden gegevenen zullen wereld en vlees aan uw gezag onderworpen zijn.
  41. Gij zult zelfs voor de duivel niet bang zijn, als gij u wapent met geloof en het teken draagt van Christus’ kruis.
  42. Wees daarom als goed en trouw dienaar van Christus bereid om dapper het kruis te dragen van de Heer die uit liefde tot u gekruisigd is.
  43. Houd u gereed om veel ellende en allerlei onaangename dingen in dit armzalige leven te verduren; want zo zal het u vergaan, waar gij ook vertoeft, en zo zult gij het aantreffen waar gij u ook verschuilt.
  44. Het moet zo zijn en er is geen middel de ellende van rampen en verdriet te ontgaan dan ze geduldig te verdragen.
  45. Drink de kelk des Heren met liefde, als gij zijn vriend wilt zijn en deel wilt hebben met Hem.
  46. Laat aan God het troosten over: Hij zal zelf in die dingen handelen volgens zijn welbehagen.
  47. Maar gij moet zelf denken aan het dragen van de kwelling en daar uw grootste troost in vinden, want de droevige dingen van deze tijd, ook al moest gij ze alleen dragen, zijn niet te vergelijken met de toekomstige heerlijkheid (Rom. 8:18) die u wacht.
  48. Wanneer gij zover gekomen zult zijn dat leed u zoet en aangenaam is om Christus: geloof dan gerust dat het goed met u gaat, want gij hebt het paradijs op aarde gevonden.
  49. Zolang het lijden u drukt en gij probeert het te ontvluchten, zo lang gaat het niet goed met u en zal de angst en de kwelling u overal vervolgen.
  50. Als gij u richt op wat gij behoort te doen, namelijk op verdragen en uzelf versterven, zal het spoedig beter gaan en zult gij vrede vinden.
  51. Al zoudt gij met Paulus tot de derde hemel verheven zijn, dan zijt gij daarom nog niet verzekerd tegen het verduren van wat u tegenstaat. ‘Ik zal hem laten zien,‘ zegt Jezus, ‘hoeveel hij voor mijn naam zal moeten lijden‘ (Hand: 9:16)
  52. Lijden blijft dus altijd voor u weggelegd, als gij Jezus wilt beminnen en Hem voor altijd wilt dienen.
  53. Mocht gij waardig zijn iets voor Jezus‘ naam te lijden! Wat zou u dat een grote heerlijkheid opleveren, wat een jubelende blijdschap voor alle heiligen Gods, wat een opbouwende kracht voor uw evenmens.
  54. Want het geduld prijzen allen wel aan, maar slechts weinigen willen iets verduren.
  55. Terecht moest gij van harte iets voor Jezus willen lijden, want velen ondergaan wel erger dingen voor de wereld.
  56. Houdt dit voor zeker: gij moet al stervend het leven door. En hoe meer de mens aan zichzelf afsterft, des te meer begint hij te leven voor God.
  57. Niemand is geschikt om het hemelse te bevatten, behalve hij die berust in het dragen van wat hem zwaar valt.
  58. Niets is aangenamer voor God, niets beter voor uzelf in deze wereld dan graag iets lijden voor Jezus Christus.
  59. Als gij zou moeten kiezen zou uw keus eerder moeten uitgaan naar de rampspoed ter liefde van Hem, dan naar verkwikking van veel troost, want gij zoudt dan meer op Christus lijken en meer de gestalte van alle dingen aannemen.
  60. Want onze verdienste en de voortgang in onze status ligt niet in zaligheid en troost, maar meer in het incasseren van zware slagen en wederwaardigheden.
  61. Denk toch eens na: als er iets beters was geweest en van groter nut voor de zaligheid van de mens dan het lijden, dan had Christus ons dat toch zeker met woord en voorbeeld duidelijk gemaakt.
  62. Maar zowel zijn leerlingen als allen die verlangen Hem te volgen, spoort hij duidelijk aan het kruis te dragen als hij zegt: ‘Als iemand na mij komen wil, moet hij zich verloochenen, zijn kruis opnemen en mij volgen’ (Mt. 16:24; Lc.9:23)
  63. Als we dan alles hebben doorgelezen en onderzocht, moet dit de eindconclusie zijn: ‘dat wij door vele kwellingen moet binnengaan in het rijk van God’ (Hand. 14:21)

Bron: ‘De navolging van Christus’ van Thomas a Kempis , tweede boek, hoofdstuk 12

Lees verder

Teksten van Omraam Mikhaël Aïvanhov over Pasen: communie, brood en wijn, de graal, het kruis, het graf, de opstanding en de verrijzenis

Communie (in vol bewustzijn zonnestralen opvangen)

Wat doet de aarde terwijl ze om de zon draait? Ze danst. Elke dag danst ze onvermoeibaar. De dag waarop ze niet meer zal dansen, zal ze sterven. Om niet te sterven, om het ware leven te leiden, leren ook wij elke ochtend voor de zon te dansen. Voor de zon dansen, dat wil zeggen je best te doen om in harmonie te trillen met dit licht dat schittert en de ruimte vult.

De dageraad is dat heilige moment, waarop we Lees verder

Het eigenlijke werk van de Opgestane volgens Karl von Eckartshausen: harmonie en evenwicht herstellen

Hier, op deze aarde, heeft de Christus zijn bloed vergoten, om hier weer de kiem van het leven te brengen. Hier moet deze kiem zich ontwikkelen en de vruchten van de geest dragen.

Hier, waar Christus geboren werd, waar hij leed, bespot werd en stierf, zal hij in al zijn heerlijkheid verschijnen onder hen die Hem volgen en door zijn geest definitief de verlossing van de mensheid bewerkstelligen.

Hier, waar zijn kruis voor sommigen Lees verder

Spreuken over kruis en leed op rijm van Angelus Silesius uit ‘De hemelse zwerver’

Vriend, ‘s hemels rozen worden slechts door hen gevonden,
die zich eerst hier op aard’ aan hunne doornen wondden.

Wie onbeweeglijk blijft in vreugd’ en leed en plicht,
die kan nooit verre zijn van ‘t godd’lijk evenwicht.

Het onverlichte Licht aanschouwt men in dit leven
alleen, wanneer men Lees verder

De kruisgang naar de hoofdschedelplaats Golgotha, artikel van Jan van Rijckenborgh uit het Tijdschrift Pentagram

Wat is het kruis van Jezus voor de mens die het pad van de roos en het kruis wil gaan? Zouden de antwoorden op deze vraag, wanneer ze aan diverse kandidaten gesteld worden, volkomen gelijkluidend zijn? Zouden zij getuigenis geven aan een klaar en helder, van-binnen-uit beleefd inzicht?

Er zijn redenen om er ernstig aan te twijfelen. Jezus Christus stelde dergelijke vragen dikwijls aan zijn leerlingen en uit de antwoorden bleek Lees verder

Esoterische betekenis van de zeven kruiswoorden van Jezus volgens Jan van Rijckenborgh en Catharose de Petri

Het navolgen van Jezus stelt de volledige dialectiekverbreking in uw bestaanscirkel. Deze zelfverbreking wordt aangeduid als een kruisgang, en deze kruisgang heeft, in overeenstemming met de zeven gangen van Shamballa, ook zeven fasen. De zevenvoudige kruisgang is en beduidt een zevenvoudige herschepping naar de natuur en naar de geest.

Wanneer de leerling het proces van dialectiekverbreking in zijn bestaanscirkel heeft aangevangen, dan komt hij tot de ontdekking, dat hij in deze poging een niet verwachte hulp ontvangt van de dialectiek zelf.

Immers wanneer de leerling zich stelt buiten het gewone leven en zich erboven verheffen gaat, dan wordt de gewone natuur hem spontaan vijandig. Wanneer u zich niet met een zekere vorm van leven associëren wilt, stoot dat leven u uit, mede met behulp van deze vijandigheid aan het kruis van verlossing genageld. En zo bemerkt u, hoe ook hierin alle dingen mede ten goede werken voor degenen die zich naar het ware leven wenden gaan.

De vijand wil u straffen voor uw afzijdigheid, en ziet, deze straf wordt u tot een genade. En daarom spreekt de leerling die dit onderkent: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen!’

En van stonde aan is de kruisgang een feit geworden, en wordt het licht rond de kandidaat. Zo licht, dat de anderen, die dit niet begrijpen, het ervaren als een intense duisternis. De eerste dag van de kruisgang is voorbijgegaan. En de Elohim zien dat het goed is.

In het Licht staande, met gespreide armen, horen wij opnieuw de kandidaat spreken. Hij zegt: ‘Vrouw, zie uw zoon!’

Bedoeld wordt hier een roep tot de wereldmoeder van Shamballa, de beheerder van het uitspansel. Gij heilige, universele voedster van alle kinderen van God, zie uw stervende zoon naderen voor de zeven gangen van Shamballa!

Deze roep om kracht neemt steeds toe in vibratie en potentie. Het vergeten en zo lang verloren woord wordt weer gesproken. En de Elohim zien dat het goed is. De tweede dag van de kruisgang is voorbij gegaan.

Wanneer dat woord gesproken wordt, u zult het begrijpen, dan gaat het antwoord komen. En daarom klinkt het juichend: ‘Zoon, zie uw moeder!’ De heilige voedster van het leven verschijnt en opent het pad voor de pelgrim. De derde dag vaart voorbij op de weg naar Shamballa.

En hoort, de wereldmoeder spreekt zelf in de wielingen van de nieuwe ethers en in de zachte, tere muziek van de krachtbaan waarover de pelgrim gaat: ‘Heden zeg ik u, zult u met mij in het paradijs zijn!‘ Het is het antwoord van de vierde dag. En de Elohim zien dat het goed is.

En zo zult u de sleutelvibratie van de vijfde dag inzien, een vibratie die te vertolken is in dat ene woord: ‘Dorst! … Mij dorst!…’ Staande op het pad naar Shamballa is er een steeds intenser hunkering naar het einde, naar de vervulling. En dus een steeds intensere dynamiek en dus een steeds grotere inspanning tot het doel. En de Elohim zien dat het goed is … de vijfde dag!

En ziet … de vervulling nadert. De leerling is gekomen tot de zesde zevenkring – de leerling wordt weer de mens van de oorspronkelijke gedaante en heerlijkheid. Hij ziet de Elohim zelf en lijfelijk. En er is in zijn wezen een sprakeloze, alles vervullende dankbaarheid, zich tenslotte formulerende in dat ene alleszeggende dankgebed: ‘Eloi, Eloi, lama sabachtanie!’ Elohim, Elohim, hoe hebt gij mij verheerlijkt! Dat is de juichende en bruisende zesde dag! En de Elohim zien dat het goed is.

Zo vaart de eeuwigheid zelf aan. Het grote kruiswerk is verricht. En allen getuigen in die eeuwigheidsrust in het hart van Shamballa, de eeuwigheidsrust van de zevende dag: ‘comsummatum est‘ – het is volbracht!

De pelgrim is aangekomen in de wijde klaarten van het oorspronkelijk Levensveld. En de Elohim zagen dat het goed was.

Tekst: De broederschap van Shamballa van Jan van Rijckenborgh en Catharose de Petri.

Handelingen van Johannes: Jezus heeft zelf niet geleden op het kruis

De Handelingen van Johannes vertellen enige gebeurtenissen uit het leven van de apostel Johannes tijdens zijn verblijf in Klein-Azië. Opvallend in deze Handelingen is een lange verhandeling over het aardse leven van Jezus in de paragrafen 87 t/m 105. Johannes vertelt daar dat Jezus tijdens zijn leven op aarde een onstoffelijk lichaam droeg en dat hij tijdens de kruisiging niet zelf heeft geleden maar slechts zijn lichaam. Hieronder volgt dat gedeelte.

Toen ik hem zag lijden, hield ik het niet uit maar vluchtte naar de Olijfberg en weende over wat hem was overkomen. En toen hij op vrijdag op het zesde uur aan het kruis gehangen werd, was er duisternis over de gehele aarde gekomen.

En mijn Heer stond in het midden van de spelonk en verlichtte me en zei: ‘Johannes, voor de menigte daar beneden in Jeruzalem word ik gekruisigd en doorstoken met lansen en staven en drink ik gal en azijn. Ik spreek tot je en luister naar wat ik je zeg. Ik heb je ingegeven naar deze berg te gaan, opdat je zult horen wat een leerling moet vernemen van zijn leermeester en een mens van God.’

Toen hij dat gezegd had, liet hij me een lichtend kruis zien dat stevig verankerd was en op het kruis was een grote menigte die veelvormig was. Maar hij had wel één vorm en zijn aanblik bleef gelijk. En ik zag de Heer boven het kruis zonder uiterlijke gestalte, alleen met een stem; niet een stem die ons bekend is, maar zoet, lieflijk en waarlijk goddelijk, en die zei tegen ons:

‘Johannes, het is noodzakelijk dat er één is die dit van me hoort, want ik heb één mens nodig die zal luisteren. Dit lichtend kruis wordt soms door mij Woord genoemd vanwege jullie, soms verstand, soms Christus, soms deur, soms weg, soms brood, soms zaad, soms opstanding, of Zoon, Vader, Geest of leven, soms waarheid, geloof en soms genade, dit alles met het oog op de mensen.

Maar wat het werkelijk is, zoals het zichzelf kent en het aan jullie gezegd wordt: het is de grens van alle dingen en het stevige markeringspunt van de vaststaande dingen die uit het wankele (zijn ontstaan) en het evenwicht van de wijsheid, wijsheid namelijk in evenwicht.

Er zijn plaatsen aan de rechter en de linkerkant, machten, krachten, heerschappijen, demonen, werkingen, dreigingen, uitbarstingen van toorn, duivels, satans en de onderste wortel waaruit de natuur van de dingen te voorschijn komt.

Dit is het kruis dat het Al stevig heeft verankerd door het Woord, en dat afgegrensd heeft wat geworden is en wat van onderen is en dat vervolgens ook, één zijnde, alles bevestigd heeft. Dit is niet het houten kruis dat je zult zien als je hier nu vandaan gaat.

Ook ik ben het niet die aan het kruis hangt, die je niet ziet, maar van wie je alleen de stem hoort. Ik ben het niet waarvan men het dacht, daar ik niet ben die ik voor velen ben. Maar wat ze over me zullen zeggen, is laag en mij niet waardig. Als ook de plaats van rust niet gezien wordt en ook niet uitgesproken wordt, hoeveel te meer zal de Heer daarvan niet gezien of uitgesproken hebben.

De menigte om het kruis is de lagere natuur. En als zij, die je in het kruis ziet, nog zonder vorm zijn , dat betekent dat nog niet elk lid is toegevoegd van hem die is neergedaald. Maar wanneer de natuur van de mens is opgenomen en het geslacht dat naar me toekomt aan mijn stem gehoorzaamt, zal hij die me nu hoort, daarmee verenigd worden.

Hij zal niet meer zijn die hij nu is, maar boven de menigte, op de plaats waar ik nu ben. Want zolang je jezelf niet de mijne noemt, ben ik niet wat ik was. Indien je me hoort, zul je horende zijn zoals ik.

En ik zal zijn wat ik was wanneer jij, zoals ik bij mij bent. Want van hem ben je. Bekommer je daarom niet over de massa en veronachtzaam hen die buiten het geheimenis staan. Want weet dat ik geheel bij de Vader ben en de Vader bij mij.

Niets van de dingen waarvan ze zullen spreken, heb ik geleden. Integendeel, dat lijden wat ik jou en de anderen getoond heb bij het dansen, wil ik een geheimenis laten noemen. Want wat je bent, zie je. Dit heb ik je laten zien. Maar wat ik be,n dat weet ik alleen, niemand anders.

Laat mij dan hebben wat van mij is, en wat van jou is, zie dat door middel van mij. Kijk naar mij op een waarachtige manier, dat ik niet ben wat ik zei, maar wat jullie in staat zijn te begrijpen, omdat je ermee verwant bent.
Je hoort dat ik lijd, maar ik lijd niet, niet lijdend en toch lijdend, doorstoken en niet geslagen, hangend en toch niet gehangen, bloed uit mij stromend en toch niet bloedend.

Kortom, wat ze zeggen omtrent mij, is mij niet overkomen en wat ze niet zeggen, dat heb ik geleden. Wat dat is, heb ik je in het geheim toevertrouwd, want ik weet dat je het zult begrijpen.

Ken me daarom als het grijpen van een woord, het doorboren van een woord, het bloed van het woord, de wond van het woord, het vastnagelen van een woord, het lijden van een woord, de dood van het woord.

Dit spreek ik terwijl ik afscheid neem van het mens-zijn. Doorzie vooral het woord, dan zul je de heer doorzien en zijn mens-zijn in de derde plaats, en wat hij heeft geleden.’

Toen hij dit tot mij had gesproken en nog andere dingen die ik niet weet uit te spreken zoals hij wil, werd hij opgenomen terwijl niemand van de menigte het zag. En toen ik afdaalde, lachte ik hen allen uit, daar ze tot mij gezegd hadden wat ze over hem gezegd hadden.

Ik bewaar dat alleen voor mezelf, dat de Heer alles symbolisch en volgens plan heeft uitgevoerd tot bekering en redding van de mens.

De apocriefen van het nieuwe testament AFJ KleinTekst: Handelingen van Johannes 97-102, uit De Apocriefen van het Nieuwe Testament onder redactie van Dr. A.F.J. Klein

9 De kruisiging van Jezus, verhaal uit de kinderbijbel van Nita Abbestee.

Daarop voltrok zich wat in de heilige taal van de Bijbel de kruisiging wordt genoemd. Jezus werd door de Romeinse soldaten naar een heuvel buiten de stad gevoerd. Onderweg passeerde een man, genaamd Simon van Cyrene de stoet, en deze werd gedwongen het kruis achter Jezus aan te dragen.

Een grote menigte volgde hen. Velen drongen joelend en scheldend om hem heen, maar er waren ook velen, vooral vrouwen, die Lees verder