De indaling van de Logos in de mens Jezus. Van uiterlijke Jezus naar innerlijke Christus. Beschouwing van Jacob Slavenburg.

De indaling van de Logos in de mens Jezus heeft verregaande consequenties. Ook voor de opvattingen over verzoening door Jezus’ offer. De Logos- of Christus-kracht is het totaalbewustzijn van Geest, van God in zijn oneindige onkenbaarheid. Ik gebruik hiervoor de term Christusbewustzijn.

Omdat de Logos vlees werd kon deze zich nadien duidelijker en prominenter manifesteren in de mens. In ons allen ligt de kiem van dat Christusbewustzijn. Dat is de stap die mogelijk werd gemaakt door de kruisdood van Jezus.

Het bleef niet alleen bij en in Jezus, door zijn dood van liefde (in de theologie vaak met ‘offer’ aangeduis) kwam er een mogelijkheid voor de gehele mensheid om de Logos, Christus, te gaan herkennen en ervaren. En door Christus heen God, Geest, het oneindige, het numineuze, of hoe je het ook wilt omschrijven.

In die zin zou je van verlossing kunnen spreken. De theologie heeft dus zeker waardevolle beelden van Jezus bewaard. Alleen zijn ze mijns inziens eeuwenlang beperkt uitgelegd. Dat is gelukkig niet meer alleen mijn mening als historicus, ook binnen de theologie gaan deze geluiden steeds meer op.

In het boeddhisme wordt geleerd om ‘in aandacht’ te leven. Om iedere stap in bewuste aandacht te zetten. Aandacht voor iedere gedachte, ieder woord, iedere daad. Want zeer veel dingen worden zonder aandacht gedaan. Zonder werkelijke aandacht.

Gedachten, woorden en daden komen deels nog voort uit patronen die we overgeerfd hebben en deels uit dat wat we ons (al beginnende in onze vroege jeugd) aangeleerd hebben. Dit soort patronen lijke een zekerheid te bieden. Totdat blijkt, door een plotselinge gebeurtenis bijvoorbeeld, dat het zo niet meer werkt.

Jezus had een groot zelfbewustzijn. Dit merkten zowel theologen als verstokte onderzoekers naar de historische Jezus op. Ik zou nog een stap verder willen gaan door te herhalen: Jezus was bewustzijn, totaal-bewust-zijn. Door de groei naar ‘persoonlijk’ bewustzijn in de fase voor zijn doop was hij in staat het Logos-bewustzijn op te kunnen nemen. En kon hij ‘met gezag’ spreken over ‘de Vader’ met wie hij werkelijk één was. Kon hij spreken over ‘mijn moeder de heilige geest’ met wie hij één was.

In die totaliteit, in dat volledige bewustzijn, was hij werkelijk monachos, één. En stelde hij zich niet boven de anderen, de (nog) onwetenden, maar waste hun voeten, waar ze de stappen mee moesten zetten, hun basis.’ In het bijbelhandschrift D zegt Jezus: ‘ik ben niet in jullie midden gekomen als iemand die aan tafel ligt, maar als iemand die bedient….’

Dat totaal bewustzijn gaf zijn woorden een dramatische lading. Niet omdat ze uit het (denkbeeldige) ‘boek van de filosofen’ stamden, maar omdat ze uit het hart van de kosmos, van hemzelf, kwamen.

In zijn uiterste daad van liefde verdroeg hij de pijnen de vernederingen, na een ‘doodstrijd’ in de hof van Getsemane, waar de andere leerlingen (ze sliepen nog) achterbleven. Wat hem te doen stond kon alleen hij. In zijn menselijke staat en angsten, maar één met het geestelijk bewustzijn.

De Logos kwam in het vlees. En door de dood van de mens Jezus kwam de Logos vaster in de stof, in ons. Het vindt een symbool in de uitstorting van de heilige geest op die gedenkwaardige pinksterdag, het begin van een doorlopend Pinksteren.

De Christus is een innerlijke zaak geworden, zoals ook Paulus al zei. Het is de Christusopstanding in het eigen hart. Dat betekent in mijn ogen de verlossing. Jezus stierf wel zeker om ons te verlossen. Een kostbaar beeld dat de kerk bewaard heeft. Daar zullen we zelf mee dienen af te rekenen.

De verlossing kan plaatsvinden doordat hij de logos in de stof, in de mens heeft gebracht. De innerlijke opstanding daarvan is tevens de weg van verlossing. Of, zoals de protestantse mysticus Angelus Silesius het ooit eens zo dichterlijk verwoordde: ‘Werd Christus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in u, helaas, gij zijt dan toch verloren.’

Het lijden van de mens Jezus heeft een diepe schok nagelaten. Allereerst bij zijn trouwe volgelingen van dat moment. Nog vele eeuwen daarna bij de volgelingen van de volgelingen, daar weer de volgelingen er van, enzovoorts.

Het lijden van Jezus is wellicht het meest uitgebeelde onderwerp in de westerse kunst. Wat minder artistieke uitingen daarvan vinden we in de vorm van kruisen in wegbermen en boven de schoorstenen van mensen overal ter wereld. Een evangelist zou het als volgt verteld kunnen hebben:

Het lijden gaf een gigantische schok. We werden met een klap wakker. De droom leek uit. Maar juist dat wakker schrikken bleek nodig om alert te worden. Om tot het bewustzijn te komen dat we niet langer afhankelijk konden en mochten zijn. Zelfs niet van die wonderbaarlijke man die ons met zijn liefde overstraalde. Hij leek weg. We moesten het zelf doen. Of toch niet?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *