5 De viering van het laatste avondmaal door Jezus en zijn twaalf discipelen volgens de kinderbijbel van Nita Abbestee

Jezus en de discipelen namen aan de tafel plaats. Ook Judas was erbij. En terwijl zij aten, keek Jezus de kring rond en sprak ernstig: ‘Voorwaar, ik zeg jullie dat één van jullie mij verraden zal.’

Verschrikt keken zij elkaar aan. En ieder voor zich vroeg angstig: ‘Heer, dat zal ik toch niet zijn? Want zij kenden hun eigen zwakheden. En plotseling waren zij bang, dat zij misschien onbewust iets gedaan of gezegd hadden, dat voor de meester gevaarlijk zou kunnen zijn.

Jezus antwoordde niet dadelijk, Maar toen even later Judas zijn hand uitstak om nog wat voedsel te nemen, doopte ook Jezus zijn hand in de schotel en sprak: ‘Wie zijn hand met mij in de schotel heeft gedoopt, die zal mij verraden. Dit moet wel zo geschieden met de Zoon van de mensen, maar wee de mens, die hem verraden zal! Het zou beter voor hem geweest zijn, als hij nooit geboren was.’

Toen pas ging er een licht op in het hart van Judas…. Zou de meester dan toch niet tot koning worden uitgeroepen? Zou hij, Judas, dan toch juist de ondergang van de meester bewerkt hebben, in plaats van de glorie, zoals hij zo vurig gehoopt had? En bevend vroeg hij: ‘Ik toch niet, meesrter?’

Maar ernstig rustte Jezus’ blik op hem, terwijl hij antwoordde: ‘Jij hebt het gezegd!’ Het einde van de maaltijd naderde. Toen nam Jezus een brood van de schaal en brak het in stukken. Liefdevol en met grote ernst sprak hij er een dankgebed over uit. Daarna gaf hij iedere apostel een stuk.

Zij aten allen met grote eerbied, terwijl Jezus sprak: ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam.’ Daarop vulde hij de beker met het sap van druiven, dankte opnieuw de Vader in de hemel voor dit heilige moment en reikte de beker aan de apostel die naast hem zat, en sprak: ‘Drinkt allen hieruit. Want dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden. Zie, ik zal van de vrucht van de wijnstok niet meer drinken, voor ik haar in het koninkrijk van mijn Vader opnieuw zal drinken!’ Toen dronken allen met grote eerbied uit de beker.

het laatste avondmaal van Jezus en zijn twaalf discipelen William HoleDit was een groots en plechtig moment voor de apostelen! Want, wat in de heilige taal het brood en de wijn wordt genoemd, zijn in werkelijkheid de zuivere ethers uit het koninkrijk van God, waardoor zij tot in hun bloed met de kracht van dat koninkrijk werden verbonden.

Hiermee schonk Jezus hun tenslotte alle grote en heerlijke mogelijkheden om zijn heilig voorbeeld te volgen en de symbolische kruisgang te gaan. Door die kracht zou alles in hen, wat waarlijk zuiver en rein was, worden versterkt en vergroot. Maar ook zou alles wat nog onzuiver en onwaar in hen was, in het Licht worden gebracht, zodat zij het konden herkennen en er afstand van konden doen.

Daarom kunnen wij wel begrijpen dat Judas dadelijk na deze maaltijd de opperzaal verliet, volkomen verslagen en wanhopig, omdat ook hij plotseling klaar en helder voor zich zag, wat hij had gedaan met zijn belofte aan de priesters en geleerden! Een belofte, die hij niet meer kon herroepen, omdat alles al afgesproken was….

De overige apostelen bleven nog enige tijd samen met Jezus, hoewel zij allen nu wel heel duidelijk inzagen, dat het einde van Jezus’ gang op aarde spoedig daar was. Jezus zei dan ook tegen hen dat hij nog maar een korte tijd bij hen kon blijven. En hij vroeg hun, elkaar toch voortdurend zeer lief te hebben, elkaar te helpen en te steunen en vooral eensgezind te zijn. Want dat is de enige manier om sterk te staan tegenover het boze in de wereld.

Daarom moesten de apostelen ook trachten een voorbeeld voor alle mensen te zijn. Door hun onafgebroken liefde voor elkaar zou iedereen weten dat zij discipelen, volgelingen van Jezus de Heer waren. En men zou tot hen komen om over zijn Liefde-leer te horen. Ook zei hij tot zijn vrienden, dat zij nu nog niet konden volgen naar de plaats waarheen hij ging. Met die plaats bedoelde Jezus het koninkrijk van God, maar dat begrepen zij niet allen. Vandaar dat Petrus vroeg: ‘Heer, waar gaat u dan heen?’

‘Waar ik heenga, kunt je nog niet volgen, maar later zult je er komen’, antwoordde Jezus. Maar Petrus was nog niet tevreden en vroeg opnieuw: ‘Heer, waarom kan ik u dan nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor u inzetten!’

En Jezus antwoordde: ‘Je leven voor mij inzetten? Voorwaar, ik zeg je, voordat de haan in de morgen gekraaid heeft, zult je mij driemaal verloochend hebben.’ Nee, dat kon Petrus zich beslist niet voorstellen. Hij durfde de meester niet tegen te spreken, maar hij voelde zich zo moedig en tot alles in staat, dat hij Jezus’ woorden op dat ogenblik beslist onmogelijk vond.

Intussen sprak Jezus rustig verder over de plaats waarheen hij ging. En hij zei: ‘In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. Ik ga nu heen, om allen een plaats te bereiden. Maar luister. Als alles voor u gereed is, kom ik weer en neem jullie met mij mee. Dan mogen jullie zijn, waar ook ik ben.

Zo met elkaar sprekend sprekend en naar elkaar luisterend bleven zij nog lange tijd samen. Eindelijk stond Jezus op en nodigde hen uit met hem mee te gaan naar buiten. Dit samenzijn zouden zij nooit meer vergeten ….. Het was en heilige avond geweest…..

Afbeelding: William Hole

Tekst: Jeugdbijbel van Nita Abbestee

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *