De zeven adems en het pad van levende ziel naar levende geest

In Genesis 2:7-9 lezen we: ‘en God had de mens geformeerd uit het stof van de aarde en in zijn neusgaten geblazen de adem van het leven – aldus werd de mens tot een levende ziel. En in Genesis 1: 27 lezen we: ‘God schiep de mens naar zijn beeld.’ In een van de brieven van Paulus 1 Corinthiërs 15:45 staat: ‘De eerste mens Adam was een levende ziel, de laatste mens Adam zal zijn een levende geest.’

In deze uitspraken, waarbij wij talloze anderen zouden kunnen voegen van gelijke strekking, liggen grote mysteriën verborgen. En de mens die tot bevrijdende, praktische magie wil doordringen, dient iets van deze mysteriën te doorschouwen.

God, dit is de geest, is de eerste oorzaak van alle dingen. Van deze eerste oorzaak gaat de goddelijke gedachte uit. Wanneer er staat, dat de mens naar Gods beeld en zijn gelijkenis is geschapen, dan wil dat niet zeggen dar de pre-mens volledig God is.

De eerste mens was volledig uitdrukking van de gedachte Gods, uitdrukking van het gedachtebeeld Gods. Wanneer de Geest een gedachtebeeld creëert, dan is er geen sprake van een gedachtespel zoals wij dat kennen, maar dit gedachtebeeld Gods wordt tot de wil Gods.

Wij kunnen zeggen: ‘de wil is geconcentreerde gedachtekracht.’ Deze absolute wil wordt in de universele leringen de ‘Grote Adem’ genoemd, de Adem Gods, die het gedachtebeeld Gods verwerkelijkt.

Wanneer de Adem Gods op deze wijze in de oersubstantie werkzaam is, vormt zich ten eerste een krachtlijnenstructuur, een geraamte. In die structuur wordt de Adem Gods vastgelegd als een aan de structuur inherente levensadem, als een levensvermogen. Deze levensadem heeft zeven aanzichten, die wij kunnen aanduiden als:

bewustzijn,
willen,
denken,
voelen,
instandhouding,
groei en
voortplanting, dit is openbaring.

In het teken van de Driebond van het LichtIn dit verband spreken de universele leringen van de zeven adems. Wat zo tot aanzijn komt is nog geen geest, maar een levensbeginsel, een ziel, gecreëerd door de gedachte Gods. En als deze bezielde gedachte Gods zich blijft voeden uit de bronwel van alle dingen, uit de grote Adem, zien wij een groots wonder tot ontwikkeling komen.

De levende ziel wordt door haar creatieve vermogen, door het openbaringsvermogen dat geworteld is in ‘de zeven adems’, van levende ziel tot levende geest. Immers: een gedachte Gods zal niet anders dan na volkomen realisatie tot de ene, oneindige schepper, tot God, terugkeren als volkomen gelijkwaardig.

Zo openbaart zich de verheven goddelijke cirkelgang. Iedere zuivere ziel is dus een potentiële God. Zij is geen God, maar zij heeft in zich besloten de mogelijkheid tot godswording.

Om die reden kunnen we zeggen dat de gecreëerde ziel, uit de grote Adem gedifferentieerd, een pad gaat van levende ziel tot levende geest. Om dat pad te kunnen voleinden zal de levende ziel, de adam of adem – de adem die voortgekomen is uit de Grote Adem – ademen in die Grote Adem. Het is haar levensbelang dat zij blijft ademen in God.

De ziel beschikt over een zevenvoudig vermogen, waarvan ieder vermogen weer zevenvoudig te onderscheiden valt. Het ademen in God is voor de volmaakte en zuivere ziel dan ook geen automatisch proces, maar een volstrekt intelligente handeling. Daarom is het stelsel van de ziel toegerust met alle mogelijkheden daartoe.

Bron: In het teken van de Driebond van het Licht

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *