De éénwording van de drie: geest, ziel en lichaam of koning, koningin en Christiaan Rozenkruis

Als inleiding wijzen wij u op een merkwaardig woord uit de universele leer:

‘De geest kan niet aanschouwd worden voordat de ziel in de tegenwoordigheid van de oude van dagen staat’.

Wanneer Christiaan Rozenkruis bij de toren aankomt, wordt hij ontvangen door de oude van dagen. Het gaat hier dus om een nieuw, werkelijk en concreet ontmoeten. Want de oude van dagen is onder andere de kracht van de bevrijding die neerdaalt en zich manifesteert in de microkosmos en daarop binnengaat in het pinealiscentrum van de kandidaat. Het is de kracht, met behulp waarvan Lees verder

Geest en Heilige Geest, gedeelte uit ‘Het zegel der vernieuwing’ van Cathatrose de Petri

In het eerste hoofdstuk van Het evangelie van Johannes (1: 32-34) lezen we:

‘En Johannes getuigde en zei: ik heb aanschouwd dat de Geest neerkwam als een duif uit de hemel en hij bleef op hem. Ik kende hem niet, maar hij die mij gezonden had om te dopen, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet neerdalen en op hem blijven, deze is het die met de Heilige Geest doopt. En ik heb gezien en getuigd , dat deze de zoon van God is.’

U bemerkt dat in dit woord van Johannes een onderscheid wordt gemaakt tussen Lees verder

Geest is een manifestatie van God, heeft altijd bestaan en zal eeuwig blijven bestaan, tekst van Peter Deunov of Beinsa Douno

God is in zijn essentie Geest. Geest is een manifestatie van God. Hij heeft altijd bestaan en zal eeuwig blijven bestaan. De Geest is het begin van alle dingen. Er staat geschreven: ‘In den beginne was het Woord.’ Het Woord, dat is de eerste manifestatie van de Liefde in de materiële wereld. En de liefde, dat is de eerste vrucht van de Geest.

Het hoofd van het Woord is de Waarheid. En het hoofd van de Waarheid is de Geest van God. Het is het begin van het begin van alle dingen. Daarom is Lees verder

De zeven adems en het pad van levende ziel naar levende geest

In Genesis 2:7-9 lezen we: ‘en God had de mens geformeerd uit het stof van de aarde en in zijn neusgaten geblazen de adem van het leven – aldus werd de mens tot een levende ziel. En in Genesis 1: 27 lezen we: ‘God schiep de mens naar zijn beeld.’ In een van de brieven van Paulus 1 Corinthiërs 15:45 staat: ‘De eerste mens Adam was een levende ziel, de laatste mens Adam zal zijn een levende geest.’

In deze uitspraken, waarbij wij talloze anderen zouden kunnen voegen van gelijke strekking, liggen grote mysteriën verborgen. En de mens die tot Lees verder

Gebeurtenissen op de dag van Pinksteren, hoofdstuk 182 van Het aquarius evangelie

Toen nu de dag van het pinksterfeest was gekomen, was Jeruzalem vol met vrome joden en proselieten van vele landen. De christenen waren allen in volstrekte harmonie bijeen. En terwijl zij in stil gebed verzonken waren, hoorden zij een geluid als het verwijderd rommelen van een komende storm.

Een vlammend licht verscheen en velen dachten, dat het gebouw in brand stond. Twaalf bollen, die op vuurballen leken, vielen Lees verder

De hemelvaart van Jezus volgens Het aquarius evangelie, hoofdstuk 180

De elf apostelen van de Heer waren in Jeruzalem aanwezig in een ruime gelegenheid, die zij op bevel van de Heer hadden gekozen. En terwijl zij in gebed waren, verscheen hun de Heer en zei: ‘Vrede met u allen; al het goede aan alles wat leeft. En toen sprak hij een lange tijd met hen.

En de discipelen vroegen: zult Gij het koninkrijk van Israël nu herstellen? En Jezus zei: bekommer u niet over de regeringen van mensen; de meesters zullen besturen. Doe dat wat Lees verder

Een selectie van reacties van deelnemers aan de online-module Spirituele Pasen

Wat ben ik blij met deze overdenkingen. Dit geeft deze dagen een extra dimensie, die ik zo mis in het jachtige leven van alledag.
Angèle

Dank voor jullie inzet om deze meditaties als begeleiding in de Stille Week, zo mee te delen. Vooral ook de gesproken teksten. Ik hoor ze aan met Lees verder

Citaten over de heilige geest of trooster uit het evangelie van de heilige twaalven

Nooit zal hij (Johannes de Doper) vlees eten of sterke drank drinken en hij zal vervuld zijn van de heilige geest, al vanaf de moederschoot (1:5).

Toen zei Maria tegen de engel: ‘Hoe kan dit zijn, aangezien ik geen man beken?’
De engel antwoordde: ‘De heilige geest zal over Jozef, uw echtgenoot, komen en de kracht van de allerhoogste zal Lees verder

De koninklijke weg van het heilig kruis, tekst van Thomas a Kempis uit De navolging van Christus, Imitatio Christ, moderne devotie

 

  1. Velen vinden dit woord harde taal: verloochen uzelf, neem uw kruis op en volg Jezus (Mt 16:24; Lc. 9:23)
  2. Maar veel harder zal het zijn eesn dit verschrikkelijk woord te horen: ‘Gaat weg van mij, vervloekten, het eeuwig vuur in’ (Mt. 25:41).
  3. Wie immers nu graag willen luisteren naar het woord van het kruis en dat volgen, behoeven dan niet
  4. bang te zijn dat zij het woord van de eeuwige verwerping zullen horen.
  5. Dit teken van het kruis zal aan de hemel staan, als de Heer komt om zijn oordeel uit te spreken.
  6. Dan zullen alle dienaars van het kruis die zich in dit leven aan de Gekruisigde gelijkvormig hebben gemaakt, met groot vertrouwen naar de rechter Christus gaan.
  7. Wat aarzelt gij dan het kruis op te nemen waardoor men intreedt in het rijk?
  8. In het kruis is heil, in het kruis is leven, in het kruis bescherming tegen de vijand; in het kruis stroomt u de hemelse zoetheid toe, in het kruis ligt de kracht van de geest, in het kruis de blijdschap van het hart; in het kruis de hoogste deugd, in het kruis het eindpunt van heiligheid.
  9. Er is geen heil voor de mens en geen hoop op eeuwig leven behalve in het kruis.
  10. Neem dus uw kruis op en volg Jezus en gij zult het eeuwig leven binnengaan.
  11. Hij is ons voorgegaan, zwaar beladen met zijn eigenkruis (Joh. 19:17), en hij is op dat kruis voor ons gestorven; Hij wilde dat ook gij uw kruis zoudt willen dragen en verlangen daaraan te mogen sterven.
  12. Want als gij nu met hem gestorven zijt, zult ge ook met Hem leven, en als deelgenoot in zijn schande zult gij eenmaal ook delen in zijn heerlijkheid.
  13. Zie, in het kruis vindt alles zijn grondslag en in het sterven is alles gelegen; er is geen andere weg tot het leven en de ware innerlijke vrede, behalve de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse versterving.
  14. Ga waar ge wilt, zoek wat ge maar wenst, maar gij zult in de hoogte geen verhevener weg, in de diepte geen veiliger weg vinden; alleen de weg van het heilig kruis en van de dagelijkse verloochening.
  15. Schik alles volgens uw eigen wil en eigen idee, en gij zult alleen dit vinden dat gij altijd iets moet lijden, vrijwillig of tegen uw zin, en zo zult gij het kruis altijd ontmoeten.
  16. Want ofwel zult gij pijn voelen in uw lichaam of inwendig kwelling naar de geest verduren.
  17. Soms zal god u verlaten, dan weer zullen de mensen u ergeren en wat nog meer is: dikwijls zult gij uzelf tot last zijn
  18. Toch is er geen enkel middel, geen troost die u bevrijding of verlichting zal geven, maar zolang god het wil zult gij het moeten verdragen.
  19. God wil immers dat gij ellende zonder troost leert ondergaan en u aldus volkomen aan hem onderwerpt om nederiger te worden door wat gij lijdt.
  20. Niemand voelt zo hartelijk het lijden van Jezus mee als hij die het overkwam iets dergelijks te ondergaan.
  21. En zo staat het kuis altijd voor u klaar en wacht u overal op.
  22. Gij kunt het niet ontvluchten, waar gij ook heen snelt; want waar gij ook terechtkomt, gij neemt altijd uzelf mee en zult uzelf altijd vinden.
  23. Wend u naar boven, wend u naar beneden; wend u naar buiten of wend u naar binnen: bij dit alles zult gij het kruis aantreffen, en het is nodig dat gij altijd het geduld bewaart, als gij de innerlijke vrede wilt bezitten en de eeuwige kroon verdienen.
  24. Als gij het kruis van harte draagt, zal het kruis u dragen en u voeren naar het gewenste doel, waar namelijk alle lijden ophoudt, al zal dat niet hier op aarde zijn.
  25. Draagt gij het onwillig, dan legt gij uzelf een last op en maakt gij het voor uzelf zwaarder en toch zult gij het moeten uithouden.
  26. Wanneer gij één kruis afwerpt vindt gij zonder twijfel een tweede en misschien een zwaarder.
  27. Meent gij te kunnen ontlopen wat geen sterveling ooit kon ontgaan? Wie van de heiligen is in de wereld zonder kruis of kwelling gebleven?
  28. Zelfs onze Heer Jezus Christus was immers niet één uur zonder de smart van zijn lijden zolang Hij leefde. ‘De Christus moest lijden,‘ zo zei Hij, ‘en zo zijn eerlijkheid binnengaan (Lc.24:26,46).
  29. En waarom zoekt gij dan een andere weg dan deze koninklijke weg die de weg is van het heilig kruis?
  30. Heel het leven van Christus was kruis en martelaarschap en gij zoekt voor uzelf rust en vreugde?
  31. Gij dwaalt, gij dwaalt als gij iets anders zoekt dan kwellingen te verduren, want dit hele leven is vol van ellende en rondom getekend door allerlei kruisen.
  32. En hoe hoger iemand in het geestelijk leven opgaat, des te zwaardere kruisen komt hij vaak tegen; want het verdriet om de ballingschap neemt altijd met de liefde toe.
  33. Maar iemand zo herhaaldelijk getroffen, is toch niet geheel zonder troost en verkwikking: want hij ervaart dat de zegen in hoge mate toeneemt door het goed dragen van zijn kruis.
  34.  Want nu hij zich daaraan onderwerpt met vrije wil, wordt alle last van kwelling omgevormd in vertrouwen op de troost van God.
  35. Hoe meer het lichaam door kwelling wordt gebroken, des te moediger wordt de geest uit kracht van de innerlijke genade.
  36. Zo iemand gelooft dat hij God aangenamer is naarmate hij meer en zwaarder voor Hem heeft mogen lijden. Soms wil hij niet meer zonder smart of kwelling zijn, zozeer is hij door liefde voor druk en tegenwerking sterk geworden, omdat hij de gelijkvormigheid met Jezus‘ kruis bemint.
  37. Dat kan geen mens uit eigen kracht, wel door de genade van Christus, die zoveel in een zwakke mens tot stand kan brengen dat hij nu met vurige liefde wil wat hij eigenlijk haat en vlucht.
  38. Het is de mens van de natuur niet eigen het kruis te dragen, het lichaam te beheersen en in onderwerping dienstbaar te maken; zich van eerbewijzen af te keren, graag beledigingen te verduren, zichzelf gering te achten en graag gering geacht te worden, allerlei desillusie en daarmee verbonden schade te doorstaan en geen verlangen te hebben naar succes in deze wereld.
  39. Als gij alleen naar uzelf ziet, zult gij daartoe volstrekt niet in staat zijn.
  40.  Maar als gij op de Heer vertrouwt, zal u kracht uit de hemel worden gegevenen zullen wereld en vlees aan uw gezag onderworpen zijn.
  41. Gij zult zelfs voor de duivel niet bang zijn, als gij u wapent met geloof en het teken draagt van Christus’ kruis.
  42. Wees daarom als goed en trouw dienaar van Christus bereid om dapper het kruis te dragen van de Heer die uit liefde tot u gekruisigd is.
  43. Houd u gereed om veel ellende en allerlei onaangename dingen in dit armzalige leven te verduren; want zo zal het u vergaan, waar gij ook vertoeft, en zo zult gij het aantreffen waar gij u ook verschuilt.
  44. Het moet zo zijn en er is geen middel de ellende van rampen en verdriet te ontgaan dan ze geduldig te verdragen.
  45. Drink de kelk des Heren met liefde, als gij zijn vriend wilt zijn en deel wilt hebben met Hem.
  46. Laat aan God het troosten over: Hij zal zelf in die dingen handelen volgens zijn welbehagen.
  47. Maar gij moet zelf denken aan het dragen van de kwelling en daar uw grootste troost in vinden, want de droevige dingen van deze tijd, ook al moest gij ze alleen dragen, zijn niet te vergelijken met de toekomstige heerlijkheid (Rom. 8:18) die u wacht.
  48. Wanneer gij zover gekomen zult zijn dat leed u zoet en aangenaam is om Christus: geloof dan gerust dat het goed met u gaat, want gij hebt het paradijs op aarde gevonden.
  49. Zolang het lijden u drukt en gij probeert het te ontvluchten, zo lang gaat het niet goed met u en zal de angst en de kwelling u overal vervolgen.
  50. Als gij u richt op wat gij behoort te doen, namelijk op verdragen en uzelf versterven, zal het spoedig beter gaan en zult gij vrede vinden.
  51. Al zoudt gij met Paulus tot de derde hemel verheven zijn, dan zijt gij daarom nog niet verzekerd tegen het verduren van wat u tegenstaat. ‘Ik zal hem laten zien,‘ zegt Jezus, ‘hoeveel hij voor mijn naam zal moeten lijden‘ (Hand: 9:16)
  52. Lijden blijft dus altijd voor u weggelegd, als gij Jezus wilt beminnen en Hem voor altijd wilt dienen.
  53. Mocht gij waardig zijn iets voor Jezus‘ naam te lijden! Wat zou u dat een grote heerlijkheid opleveren, wat een jubelende blijdschap voor alle heiligen Gods, wat een opbouwende kracht voor uw evenmens.
  54. Want het geduld prijzen allen wel aan, maar slechts weinigen willen iets verduren.
  55. Terecht moest gij van harte iets voor Jezus willen lijden, want velen ondergaan wel erger dingen voor de wereld.
  56. Houdt dit voor zeker: gij moet al stervend het leven door. En hoe meer de mens aan zichzelf afsterft, des te meer begint hij te leven voor God.
  57. Niemand is geschikt om het hemelse te bevatten, behalve hij die berust in het dragen van wat hem zwaar valt.
  58. Niets is aangenamer voor God, niets beter voor uzelf in deze wereld dan graag iets lijden voor Jezus Christus.
  59. Als gij zou moeten kiezen zou uw keus eerder moeten uitgaan naar de rampspoed ter liefde van Hem, dan naar verkwikking van veel troost, want gij zoudt dan meer op Christus lijken en meer de gestalte van alle dingen aannemen.
  60. Want onze verdienste en de voortgang in onze status ligt niet in zaligheid en troost, maar meer in het incasseren van zware slagen en wederwaardigheden.
  61. Denk toch eens na: als er iets beters was geweest en van groter nut voor de zaligheid van de mens dan het lijden, dan had Christus ons dat toch zeker met woord en voorbeeld duidelijk gemaakt.
  62. Maar zowel zijn leerlingen als allen die verlangen Hem te volgen, spoort hij duidelijk aan het kruis te dragen als hij zegt: ‘Als iemand na mij komen wil, moet hij zich verloochenen, zijn kruis opnemen en mij volgen’ (Mt. 16:24; Lc.9:23)
  63. Als we dan alles hebben doorgelezen en onderzocht, moet dit de eindconclusie zijn: ‘dat wij door vele kwellingen moet binnengaan in het rijk van God’ (Hand. 14:21)

Bron: ‘De navolging van Christus’ van Thomas a Kempis , tweede boek, hoofdstuk 12

Lees verder

De verlosser baant de weg, offert zich en draagt krachten over. Bevrijding en verlossing volgens de mysterieleer van mysteriescholen.

De ‘lichtvonken’, de in het zintuiglijke lichaam gevangen zielen van de mensen zouden niet in staat zijn de mysterieweg op eigen kracht te gaan. Hun ogen zouden te zwak zijn om het licht te herkennen, hun krachten te gering om zich van de boeien te bevrijden en de beproevingen op de weg te doorstaan. Daarom was er een verlosser nodig, die de weg mogelijk maakt. Aard en functie van deze verlosser worden door Lees verder