Spreuken over kruis en leed op rijm van Angelus Silesius uit ‘De hemelse zwerver’

Vriend, ‘s hemels rozen worden slechts door hen gevonden,
die zich eerst hier op aard’ aan hunne doornen wondden.

Wie onbeweeglijk blijft in vreugd’ en leed en plicht,
die kan nooit verre zijn van ‘t godd’lijk evenwicht.

Het onverlichte Licht aanschouwt men in dit leven
alleen, wanneer men zich in ‘t donker heeft begeven.

Wees rein, zwijg, en daal af in ‘t diepste duister!
Dat is het pad, dat voert tot ‘s hemels licht en luister.

De mart’laars is het heerlijk voorrecht overkomen,
dat zij na korte pijn in god zijn opgenomen;
wij worden dag en nacht, onz’ ganse levenstijd
gemarteld en geplaagd door de begeerlijkheid.

Och, kind, zijt g’u nog immer niet bewust,
dat men niet altoos aan des Heren boezem rust.?
Wie Hij het meest bemint, die moet met kruis en pijn,
in droefheid, angsten dood het dichtste bij Hem zijn.

Wie had dat ooit gedacht: uit nacht komt morgenrood,
uit niets ontstaat Iets, het leven uit de dood!

Neemt wat God geeft, die ‘t grote baart uit ‘t kleine,
en ‘t allerzuiverst goud delft uit de diepste mijnen.

Het allerzwaarste werk, waarvoor Gods liefde u kust,
is dat gij willig in God lijdt en in Hem rust.

Wist gij, wat eeuw’ge lust er wordt uit leed geboren,
zo hadt gij reeds voorlang leed boven lust verkoren.

Gij kent uzeve nooit in voorspoed en genot;
het kruis slechts openbaart, hoe g’u verhoudt tot God.

De schoonheid min ik zeer, toch is ze nooit recht schoon,
tenzij ze is gekroond met ene doornenkroon.

Tekst: De hemelse zwerver van Angelius Silesius, vetaald door Hilbrandt Boschma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *