Tagarchief: lichaam

De éénwording van de drie: geest, ziel en lichaam of koning, koningin en Christiaan Rozenkruis

Als inleiding wijzen wij u op een merkwaardig woord uit de universele leer:

‘De geest kan niet aanschouwd worden voordat de ziel in de tegenwoordigheid van de oude van dagen staat’.

Wanneer Christiaan Rozenkruis bij de toren aankomt, wordt hij ontvangen door de oude van dagen. Het gaat hier dus om een nieuw, werkelijk en concreet ontmoeten. Want de oude van dagen is onder andere de kracht van de bevrijding die neerdaalt en zich manifesteert in de microkosmos en daarop binnengaat in het pinealiscentrum van de kandidaat. Het is de kracht, met behulp waarvan Lees verder

De opstanding in het lichtkleed, zielekleed, opstandingslichaam of verheerlijkt lichaam, artikel voor Pasen uit het tijdschrift Pentagram

Wij leven in een lichaam. Als alles in orde is, geeft het ons gevoelens door van geluk en welbehagen. Als de processen ervan verstoord zijn, voelen we ons ziek. Wij hebben er vaak mee te doen. Ook op zieleniveau. Het laat ons in de wereld aanwezig zijn en geeft ons het gevoel dat wij er zijn. Wij gebruiken het om ons te presenteren, te benadrukken en te ontwikkelen.

Het is derhalve geen wonder dat ons bewustzijn erdoor is gevormd. Als wij ‘ik’ tot onszelf zeggen bedoelen wij in de regel degene tot wie dit lichaam behoort. Omdat het onderworpen is aan de tijd, is het onderhevig aan Lees verder

Handelingen van Johannes: Jezus heeft zelf niet geleden op het kruis

De Handelingen van Johannes vertellen enige gebeurtenissen uit het leven van de apostel Johannes tijdens zijn verblijf in Klein-Azië. Opvallend in deze Handelingen is een lange verhandeling over het aardse leven van Jezus in de paragrafen 87 t/m 105. Johannes vertelt daar dat Jezus tijdens zijn leven op aarde een onstoffelijk lichaam droeg en dat hij tijdens de kruisiging niet zelf heeft geleden maar slechts zijn lichaam. Hieronder volgt dat gedeelte.

Toen ik hem zag lijden, hield ik het niet uit maar vluchtte naar de Olijfberg en weende over wat hem was overkomen. En toen hij op vrijdag op het zesde uur aan het kruis gehangen werd, was er duisternis over de gehele aarde gekomen.

En mijn Heer stond in het midden van de spelonk en verlichtte me en zei: ‘Johannes, voor de menigte daar beneden in Jeruzalem word ik gekruisigd en doorstoken met lansen en staven en drink ik gal en azijn. Ik spreek tot je en luister naar wat ik je zeg. Ik heb je ingegeven naar deze berg te gaan, opdat je zult horen wat een leerling moet vernemen van zijn leermeester en een mens van God.’

Toen hij dat gezegd had, liet hij me een lichtend kruis zien dat stevig verankerd was en op het kruis was een grote menigte die veelvormig was. Maar hij had wel één vorm en zijn aanblik bleef gelijk. En ik zag de Heer boven het kruis zonder uiterlijke gestalte, alleen met een stem; niet een stem die ons bekend is, maar zoet, lieflijk en waarlijk goddelijk, en die zei tegen ons:

‘Johannes, het is noodzakelijk dat er één is die dit van me hoort, want ik heb één mens nodig die zal luisteren. Dit lichtend kruis wordt soms door mij Woord genoemd vanwege jullie, soms verstand, soms Christus, soms deur, soms weg, soms brood, soms zaad, soms opstanding, of Zoon, Vader, Geest of leven, soms waarheid, geloof en soms genade, dit alles met het oog op de mensen.

Maar wat het werkelijk is, zoals het zichzelf kent en het aan jullie gezegd wordt: het is de grens van alle dingen en het stevige markeringspunt van de vaststaande dingen die uit het wankele (zijn ontstaan) en het evenwicht van de wijsheid, wijsheid namelijk in evenwicht.

Er zijn plaatsen aan de rechter en de linkerkant, machten, krachten, heerschappijen, demonen, werkingen, dreigingen, uitbarstingen van toorn, duivels, satans en de onderste wortel waaruit de natuur van de dingen te voorschijn komt.

Dit is het kruis dat het Al stevig heeft verankerd door het Woord, en dat afgegrensd heeft wat geworden is en wat van onderen is en dat vervolgens ook, één zijnde, alles bevestigd heeft. Dit is niet het houten kruis dat je zult zien als je hier nu vandaan gaat.

Ook ik ben het niet die aan het kruis hangt, die je niet ziet, maar van wie je alleen de stem hoort. Ik ben het niet waarvan men het dacht, daar ik niet ben die ik voor velen ben. Maar wat ze over me zullen zeggen, is laag en mij niet waardig. Als ook de plaats van rust niet gezien wordt en ook niet uitgesproken wordt, hoeveel te meer zal de Heer daarvan niet gezien of uitgesproken hebben.

De menigte om het kruis is de lagere natuur. En als zij, die je in het kruis ziet, nog zonder vorm zijn , dat betekent dat nog niet elk lid is toegevoegd van hem die is neergedaald. Maar wanneer de natuur van de mens is opgenomen en het geslacht dat naar me toekomt aan mijn stem gehoorzaamt, zal hij die me nu hoort, daarmee verenigd worden.

Hij zal niet meer zijn die hij nu is, maar boven de menigte, op de plaats waar ik nu ben. Want zolang je jezelf niet de mijne noemt, ben ik niet wat ik was. Indien je me hoort, zul je horende zijn zoals ik.

En ik zal zijn wat ik was wanneer jij, zoals ik bij mij bent. Want van hem ben je. Bekommer je daarom niet over de massa en veronachtzaam hen die buiten het geheimenis staan. Want weet dat ik geheel bij de Vader ben en de Vader bij mij.

Niets van de dingen waarvan ze zullen spreken, heb ik geleden. Integendeel, dat lijden wat ik jou en de anderen getoond heb bij het dansen, wil ik een geheimenis laten noemen. Want wat je bent, zie je. Dit heb ik je laten zien. Maar wat ik be,n dat weet ik alleen, niemand anders.

Laat mij dan hebben wat van mij is, en wat van jou is, zie dat door middel van mij. Kijk naar mij op een waarachtige manier, dat ik niet ben wat ik zei, maar wat jullie in staat zijn te begrijpen, omdat je ermee verwant bent.
Je hoort dat ik lijd, maar ik lijd niet, niet lijdend en toch lijdend, doorstoken en niet geslagen, hangend en toch niet gehangen, bloed uit mij stromend en toch niet bloedend.

Kortom, wat ze zeggen omtrent mij, is mij niet overkomen en wat ze niet zeggen, dat heb ik geleden. Wat dat is, heb ik je in het geheim toevertrouwd, want ik weet dat je het zult begrijpen.

Ken me daarom als het grijpen van een woord, het doorboren van een woord, het bloed van het woord, de wond van het woord, het vastnagelen van een woord, het lijden van een woord, de dood van het woord.

Dit spreek ik terwijl ik afscheid neem van het mens-zijn. Doorzie vooral het woord, dan zul je de heer doorzien en zijn mens-zijn in de derde plaats, en wat hij heeft geleden.’

Toen hij dit tot mij had gesproken en nog andere dingen die ik niet weet uit te spreken zoals hij wil, werd hij opgenomen terwijl niemand van de menigte het zag. En toen ik afdaalde, lachte ik hen allen uit, daar ze tot mij gezegd hadden wat ze over hem gezegd hadden.

Ik bewaar dat alleen voor mezelf, dat de Heer alles symbolisch en volgens plan heeft uitgevoerd tot bekering en redding van de mens.

De apocriefen van het nieuwe testament AFJ KleinTekst: Handelingen van Johannes 97-102, uit De Apocriefen van het Nieuwe Testament onder redactie van Dr. A.F.J. Klein

5 De viering van het laatste avondmaal door Jezus en zijn twaalf discipelen volgens de kinderbijbel van Nita Abbestee

Jezus en de discipelen namen aan de tafel plaats. Ook Judas was erbij. En terwijl zij aten, keek Jezus de kring rond en sprak ernstig: ‘Voorwaar, ik zeg jullie dat één van jullie mij verraden zal.’

Verschrikt keken zij elkaar aan. En ieder voor zich vroeg angstig: ‘Heer, dat zal ik toch niet zijn? Want zij kenden hun eigen zwakheden. En plotseling waren zij bang, dat zij misschien onbewust iets gedaan of Lees verder

De opstanding van de geestelijke mens volgens de Egyptische mythe van Osiris, Isis, Horus, Seth, Neftys en Anubis van meer dan 6000 jaar geleden

Osiris werd, als grote koning geboren uit Re, de zonnegod, en Nun, de oeroceaan, en kwam in Egypte aan de regering. Zijn echtgenote was Isis, hun zoon Horus. Osiris had een broer genaamd Tyfon of Seth, die Kronos, de god van de tijd, bij Nun verwekt had.

Seth maakte jacht op Osiris en bracht hem met een list ten val. Hij maakte namelijk een kist, precies volgens de maten van Osiris, en beloofde deze te schenken aan degene die Lees verder

Het evangelie van Filippus over de opstanding, paragrafen 17 t/m 22 volgens de vertaling van Jacob Slavenburg

17
Zij die zeggen:
‘De Heer is eerst gestorven en toen opgestaan’,
die dwalen.
Want hij is eerst opgestaan
en toen gestorven.
Als iemand zich niet eerst de opstanding verwerft,
kan hij niet sterven!
Alleen als God in hem gaat leven,
kan hij sterven.

18

Niemand zal een voorwerp van grote waarde
in een kostbaar ding verstoppen,
maar vaak heeft iemand ontelbare
duizenden verborgen in een ding
dat nog geen stuiver waard is.
Zo is het ook met de ziel.
Zij is een kostbare schat,
maar ze is in een nederig lichaam gekomen.

19

Sommigen vrezen dat zij naakt op zullen staan.
Daarom willen ze in het vlees opstaan.
Ze weten echter niet dat juist
[zij die het vlees] dragen,
naakt zijn,
en dat zij die zich van het ‘vlees’ [ontdoen],
(en) zich ontkleden,
niet naakt zijn.
‘Vlees en [bloed zullen] het Rijk [Gods] niet erven. ‘
Om wat handelt het hier,
dat niet geërfd kan worden?
En wat zal dan wel geërfd worden?
Wel, dat wat van Jezus is en ook zijn bloed.
Daarom heeft hij gezegd:
‘Wie mijn vlees niet eet
en mijn bloed niet drinkt
heeft geen leven in zich.’

Wat betekent dit?
Zijn vlees is het Woord
en zijn bloed de Heilige Geest.
Wie dat ontvangen heeft,
heeft eten en drinken
en is bekleed.

Ik bestrijd echter ook de anderen die zeggen:
Het (vlees) zal niet opstaan.
Ze hebben allebei ongelijk.
Als je zegt: ‘Het vlees zal niet opstaan’ ,
zeg me dan wat wel zal opstaan,
opdat we aan jou de eer laten.
Als je zegt: ‘De geest in het vlees zal opstaan’
en ‘dat is ook de lichtdruppel in het vlees,
het is ook de Logos in het vlees’,
dan is dat ook iets dat in het vlees is.

Want wat je ook zegt,
je noemt niets buiten het vlees.
Het is noodzakelijk om in dit vlees op te staan,
omdat alles daarin aanwezig is!

20

In deze wereld zijn zij die de kleren aantrekken
meer waard dan de kleren zelf.
In het Koninkrijk der Hemelen
zijn de kleren meer waard
dan zij die ze hebben aangetrokken.

21

Het is door water en vuur
dat het hele oord gezuiverd wordt.
Het zichtbare door het zichtbare,
het verborgene door het verborgene.
Sommige dingen zijn echter verborgen
hoewel ze toch openbaar zijn.
Want water bestaat in water,
maar vuur bestaat in de zalving.

22

Jezus heeft alles in het geheim gedragen
Hij openbaarde zich namelijk niet zo als hij
[in werkelijkheid] was,
maar hij openbaarde zich zo dat hij gezien
kon worden. […]
Hij openbaarde zich aan [allen].
Aan de groten [openbaarde] hij zich groot,
aan de kleinen klein, […]
aan de engelen als een engel
en aan de mensen als mens.
Daarom was zijn woord voor iedereen
verborgen.

Slechts enkelen hebben hem gezien,
en de gedachte omvat
dat ze zichzelf in hem zagen.
Toen hij zich in heerlijkheid aan zijn
leerlingen openbaarde op de berg,
was hij niet klein.
Hij was groot geworden.
Maar hij maakte ook de leerlingen groot
zodat ze konden zien dat hij groot was.

Op de dag van het avondmaal zei hij:
‘U die het volkomene,
het licht,
verenigd heeft met de Heilige Geest,
verenig ook de engelen met ons,
de afbeeldingen daarvan.’

Het zuiveren van de tempel. Hoofdstuk 71 van Het evangelie van de heilige twaalven

 

Het joodse paasfeest was aanstaande en Jezus ging opnieuw van Bethanië naar Jeruzalem. Daar trof hij in de tempel handelaars aan die ossen en schapen en duiven verkochten, en ook zaten er geldwisselaars. Nadat hij van zeven touwen een zweep had gemaakt, joeg hij hen allemaal de tempel uit, bevrijdde de schapen, de ossen en de duiven, verstrooide Lees verder